Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico op het ontkomen aan toezicht.
Eiser betwistte slechts één zware grond, namelijk dat hij onvoldoende meewerkte aan het vaststellen van zijn identiteit, maar erkende dat hij juist wel meewerkte. De rechtbank oordeelde dat de overige gronden voldoende waren om de bewaring te dragen. Eiser stelde dat hij minderjarig is, terwijl op zijn Afghaans identiteitsbewijs een oudere geboortedatum staat. De rechtbank vond de enkele stelling onvoldoende en ging uit van de geboortedatum op het paspoort.
Eiser voerde aan dat hij als minderjarige een lichter middel had moeten krijgen en dat vanwege de situatie in Afghanistan geen uitzetting mogelijk is. De rechtbank oordeelde dat minderjarigheid niet is vastgesteld en dat het zicht op uitzetting niet relevant is in het kader van de Dublinoverdracht. Verweerder had de bewaring voldoende gemotiveerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter C. Karman op 29 september 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.