ECLI:NL:RBDHA:2021:16529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag Dublinprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder stuurde op 20 januari 2021 een terugnameverzoek naar Duitsland, dat op 27 januari 2021 werd geaccepteerd.
Tijdens de zitting op 30 maart 2021, waarbij eiser niet aanwezig was, bracht verweerder naar voren dat eiser op 23 maart 2021 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De rechtbank nam kennis van een MOB-melding van de vreemdelingenpolitie en het COA. De gemachtigde van eiser stelde recent contact te hebben gehad met eiser, maar kon dit niet concreet maken.
Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij concreet contact wordt aangetoond. Nu eiser niet verscheen en het contact niet concreet werd onderbouwd, concludeerde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.