ECLI:NL:RBDHA:2021:16477
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf als adoptiekind wegens ontbreken beginseltoestemming
Eiser, geboren in 2006 en met de Gambiaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland met het doel verblijf als adoptiekind. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat de vereiste beginseltoestemming ontbrak, aangezien Gambia niet is aangesloten bij het Haags adoptieverdrag. Eiser kan de adoptie laten erkennen door de burgerlijke rechter, maar deze erkenning ontbrak nog.
Eiser voerde aan dat er uitzonderingen mogelijk zijn op de beginseltoestemming op grond van artikel 14 van Pro de Wet Opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie (Wobka) en dat het gezinsleven tussen hem en zijn adoptieouders bescherming verdient onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de verblijfsrechtelijke procedure niet geschikt is om de adoptie zelf te beoordelen en dat het gezinsleven onvoldoende zwaar weegt tegen het algemeen belang van Nederland, mede omdat eiser nog nooit in Nederland heeft verbleven en er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af omdat eiser niet aan alle materiële vereisten voor een verblijfsvergunning voldoet. De voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en er werd geen griffierecht geheven vanwege betalingsonmacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv als adoptiekind wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.