ECLI:NL:RBDHA:2021:16441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens gevaar voor openbare orde na veroordeling ontucht
Eiser, een Syrische nationaliteit, vluchtte in 2012 met zijn gezin naar Nederland en kreeg in 2014 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In 2018 werd hij veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens ontucht met zijn minderjarige dochter, met een voorwaardelijke straf en bijzondere voorwaarden waaronder behandeling en contactverbod.
Verweerder trok de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in wegens gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op het ernstige misdrijf en het ontbreken van gedragsverandering. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Eiser betwistte dat hij nog een actuele bedreiging vormt en voerde aan dat hij zijn straf heeft uitgezeten en spijt heeft.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt voor de samenleving, mede vanwege het ontbreken van inzicht en behandeling. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigt de intrekking ondanks het gezinsleven met zijn kinderen, aangezien er geen afhankelijkheidsrelatie is en contact op afstand mogelijk is.
Verder is het terugkeerbesluit en het inreisverbod rechtsgeldig, ook al kan eiser niet worden uitgezet vanwege het refoulementverbod. De aanvraag asiel voor onbepaalde tijd is afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.