Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 29 juni 2021 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding vanwege het gebruik van handboeien tijdens zijn staandehouding en overbrenging.
De rechtbank behandelde het beroep op 12 juli 2021. Eiser voerde aan dat het aantal van zeven opsporingsambtenaren bij de staandehouding niet voldoende was gemotiveerd en dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was, omdat het dossier niet toelichtte waarom deze noodzakelijk waren.
Verweerder stelde dat het aantal opsporingsambtenaren was gebaseerd op een risicoadvies vanwege de psychische gesteldheid van eiser, die suïcidale uitlatingen had gedaan en agressief gedrag vertoonde. Het gebruik van handboeien was gerechtvaardigd omdat eiser in verzet ging tijdens de staandehouding.
De rechtbank oordeelde dat de inzet van zeven opsporingsambtenaren en het gebruik van handboeien voldoende waren gemotiveerd en proportioneel waren gezien de omstandigheden, waaronder de korte duur en afstand van de overbrenging. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het gebruik van handboeien wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.