ECLI:NL:RVS:2017:2916
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onterecht gebruik handboeien
De vreemdeling werd op 4 september 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het gebruik van handboeien tijdens de overbrenging van de vreemdeling. De vreemdeling stelde dat dit in strijd was met artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie, omdat de staatssecretaris niet had gemotiveerd welke feiten of omstandigheden het gebruik van handboeien rechtvaardigden. Uit de proces-verbalen bleek dat handboeien waren gebruikt, maar de minister kon dit aanvankelijk niet bevestigen.
De Afdeling stelde vast dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was omdat de vereiste motivering ontbrak. Volgens jurisprudentie leidt een dergelijk gebrek alleen tot onrechtmatigheid van de bewaring als de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek. De staatssecretaris had echter geen zwaarwegende belangen gesteld die het onrechtmatig gebruik rechtvaardigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct moet worden opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatig gebruik van handboeien en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.