ECLI:NL:RBDHA:2021:16326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken status EU-langdurig ingezetene en inburgeringsplicht
Eiseres, van Russische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de inburgeringsplicht en geen vrijstelling daarvan had. Eiseres stelde dat zij vrijgesteld zou moeten zijn vanwege haar status als EU-langdurig ingezetene, gebaseerd op een Tsjechische permanent residence card.
De rechtbank oordeelde dat de Tsjechische verblijfsvergunning van eiseres niet de vereiste aantekening bevat die de status EU-langdurig ingezetene bevestigt. De verwijzing naar het woord 'equivalent' in de bijlagen bij het EU-handboek betekent niet dat haar verblijfsdocument gelijkstaat aan een EU-langdurig ingezetene status. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat eiseres niet aan de vrijstellingscriteria voldoet.
Eiseres voerde ook aan dat zij het inburgeringsexamen pas kon afleggen na opheffing van reisrestricties door COVID-19, maar zij heeft inmiddels het examen met goed gevolg afgelegd. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet de status EU-langdurig ingezetene bezit en niet is vrijgesteld van de inburgeringsplicht.