Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1947, van Vietnamese nationaliteit, eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
[A] (referente) voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van eiseres afgewezen.
Overwegingen
Verder is niet gebleken dat tussen eiseres en haar kleinkinderen sprake is van hechte persoonlijke banden in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM [1] , aldus verweerder.
8 van het EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (more than normal emotional ties) tussen het meerderjarige kind en diens ouder(s). [3] Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen volwassen familieleden is een aantal factoren van belang. Deze factoren betreffen de eventuele samenwoning, de mate van emotionele afhankelijkheid, de mate van financiële afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst. Ook mag gewicht worden toegekend aan de vraag of de door het afhankelijke familielid benodigde zorg exclusief door de referent kan worden gegeven of dat ook andere familieleden of derden die zorg kunnen verschaffen. Geen van deze factoren zijn op zichzelf of in combinatie per definitie voldoende om een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie aan te nemen. Daarbij moeten steeds alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. Indien geen sprake is van familieleven in vorenbedoelde zin, is er geen noodzaak meer voor een nadere belangenafweging.
11 jaar niet meer samenwonen. De omstandigheid dat eiseres en referente een hechte band hebben en dat referente al geruime tijd wordt behandeld tegen een ernstige ziekte, heeft verweerder onvoldoende mogen vinden om een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie aan te nemen. Hoewel de rechtbank begrijpt dat en waarom eiseres en referente een hechte band hebben en dat zij zich zorgen maken over elkaars gezondheidssituatie, onderscheiden zij zich hiermee niet van vele andere ouder-kind relaties.
Verweerder heeft daarnaast terecht aangevoerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij voor de (medische) zorg exclusief afhankelijk is van referente. In dit verband heeft verweerder eiseres mogen tegenwerpen dat zij geen objectieve bewijzen heeft overgelegd waaruit gezondheidsklachten blijken, dat zij niet heeft aangegeven en/of onderbouwd welke zorg zij nodig heeft en bij welke zorg referente de afgelopen tijd betrokken is geweest. Desgevraagd heeft referente ter zitting alleen gesteld dat eiseres ouder wordt, dat haar gezondheid achteruit gaat en dat zij geestelijke zorg nodig heeft, maar geen stukken overgelegd waaruit dit blijkt.
Verweerder heeft verder deugdelijk gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij financieel afhankelijk is van referente. Daarbij heeft verweerder terecht aangevoerd dat eiseres niet heeft onderbouwd dat zij, via familieleden en/of kennissen die naar Vietnam gaan, geld krijgt van referente en haar kleinkinderen en ook niet op andere wijze is gebleken van structurele financiële ondersteuning door referente van eiseres.
Tot slot heeft verweerder zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de banden van eiseres met Vietnam sterker zijn dan haar band met Nederland. Daarbij heeft verweerder terecht overwogen dat eiseres in Vietnam geboren is, dat zij daar al haar hele leven woont, de taal spreekt en de gebruiken kent. Dat referente en haar kinderen in Nederland wonen, heeft verweerder onvoldoende mogen vinden om een zodanige sterke band met Nederland aan te nemen dat dit in het voordeel van eiseres zou moeten wegen. De beroepsgrond slaagt niet.
tussen eiseres en haar kleindochters sprake is van hechte persoonlijke banden en zich op het standpunt gesteld dat daarvan niet is gebleken. De rechtbank overweegt dat het vereiste ‘hechte persoonlijke banden’ minder streng is dan het vereiste “more than normal emotional ties’, zodat eiseres hierdoor niet is benadeeld. Eiseres heeft de onjuistheid van dit toetsingskader niet ingeroepen en verweerder heeft hierover ook geen gewijzigd standpunt genomen. Gelet daarop zal de rechtbank het door verweerder in het bestreden besluit gehanteerde toetsingskader inhoudelijk beoordelen.
Het door verweerder gehanteerde toetsingskader
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond.
mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing uitgesproken op 30 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt via publicatie op rechtspraak.nl.