ECLI:NL:RVS:2020:2066
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven met meerderjarige kleinkinderen
De staatssecretaris heeft op 31 januari 2018 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf van de vreemdeling afgewezen. Na bezwaar en een aanvullend besluit bleef de afwijzing in stand. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling en referent ongegrond.
In hoger beroep betoogden de vreemdeling en referent dat er sprake is van familieleven tussen de referent en haar kleinkinderen, ook als deze meerderjarig zijn, en dat de hoorplicht is geschonden. De Raad van State oordeelt dat het toetsingskader van de staatssecretaris juist is en dat voor meerderjarige kleinkinderen meer dan normale emotionele banden moeten bestaan om van familieleven te spreken. De verwijzing naar het EHRM-arrest Marckx is niet relevant omdat dat betrekking had op minderjarige kleinkinderen.
De Raad van State stelt dat de belangenafweging onder de Gezinsherenigingsrichtlijn gelijk is aan die onder artikel 8 EVRM Pro in deze context. Ook is voldaan aan de hoorplicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf bevestigd.