Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse vreemdeling, werd op 7 juli 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op het concrete aanknopingspunt voor een overdracht aan Duitsland volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat het binnentreden in zijn woonruimte onrechtmatig was omdat de verbalisanten zonder kloppen met een loper binnenkwamen. De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging in het voordeel van verweerder uitviel omdat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn overdracht. Daarnaast stelde eiser dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij de coronatest weigerde en verweerder in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou hebben gehandeld door zijn bewaring niet op te heffen zoals in andere gevallen.
De rechtbank oordeelde dat het weigeren van de coronatest de overdracht aan Duitsland belemmerde, maar dat er nog zicht was op een nieuwe overdracht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren. De rechtbank concludeerde dat het meewerken aan de coronatest redelijkerwijs van eiser mocht worden verlangd en dat de maatregel van bewaring daarom rechtmatig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wegens weigering van de coronatest is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.