ECLI:NL:RBDHA:2021:16211
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Inreisverbod Turkse zelfstandige niet in strijd met Aanvullend Protocol en Associatieovereenkomst
Eiser, een Turkse zelfstandige, kreeg op 15 januari 2021 een inreisverbod van twee jaar opgelegd nadat hij niet had voldaan aan een eerder opgelegd terugkeerbesluit. Eiser stelde dat het inreisverbod onterecht was en in strijd met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol en artikel 9 van Pro de Associatieovereenkomst, omdat hij geen ernstige bedreiging vormde en het inreisverbod een verboden nieuwe beperking zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen rechtmatig verblijf had en niet had voldaan aan het terugkeerbesluit. Op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet kon verweerder het inreisverbod opleggen. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod geen verboden nieuwe beperking vormt en niet in strijd is met de genoemde bepalingen. Ook het beroep op algemene rechtsbeginselen zoals proportionaliteit en evenredigheid werd verworpen, omdat het inreisverbod geen sanctiemaatregel is en verweerder voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.