Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2021 in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser kan zich niet met het bestreden besluit verenigen en voert hiertoe het volgende aan. Eiser stelt dat er geen gegronde reden was voor het instellen van nader onderzoek en dat verweerder daarom in strijd heeft gehandeld met de richtsnoeren van de Gezinsherenigingsrichtlijn [1] die inzake misbruik en fraude verwijzen naar de richtsnoeren van de Verblijfsrichtlijn. [2] Verder is eiser van mening dat het standpunt van verweerder dat de overgelegde foto’s er geposeerd uit zouden zien een subjectieve interpretatie is en nog niet impliceert dat er geen sprake is van een serieuze en duurzame relatie. De foto’s en ook de printscreens van de berichten en oproepen moeten dienen als ondersteunend bewijs. Voorts voert eiser aan dat hij en referente niet tegenstrijdig hebben verklaard. Volgens eiser berust dit op misverstanden en is dit het gevolg van een gebrekkige vraagstelling. Eiser begrijpt ook niet waarom verweerder de getuigenverklaringen terzijde heeft geschoven als niet objectief en relevant.
Op grond van artikel 2p, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kan een mvv worden verleend aan de vreemdeling ten aanzien van wie is aangetoond dat hij voldoet aan de vereiste voor toegang en verlening van een verblijfsvergunning. Op grond van artikel 3.14 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt de verblijfsvergunning onder de beperking houdend met verblijf als familie- of gezinslid, zoals bedoeld in artikel 3.13, eerste lid en onder de in dat artikel genoemde voorwaarden, verleend aan de vreemdeling van 21 jaar of ouder die met de hoofdpersoon een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk, een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig geregistreerd partnerschap is aangegaan of die met de hoofdpersoon een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt.
Het beroep is ongegrond.