ECLI:NL:RBDHA:2021:16139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, van Iraanse nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van zijn bekering tot het christendom, nadat een eerdere aanvraag in 2015 was afgewezen en het beroep daarop was ingetrokken. Verweerder achtte de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van zijn bekering en de daaruit voortvloeiende problemen.
De rechtbank oordeelde dat het nader gehoor zorgvuldig was en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn bekering toe te lichten. De rechtbank volgde verweerder in de beoordeling dat de motieven en het proces van bekering vaag bleven, dat eiser onvoldoende persoonlijk inzicht gaf in zijn geloofspraktijk en dat de overgelegde verklaringen van derden onvoldoende compenserend waren.
Verder achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat eiser vanwege zijn bekering een reëel risico loopt op vervolging in Iran, mede omdat verweerder aannemelijk maakte dat eiser niet had stilgestaan bij de risico's van zijn terugkeer en dat hij geen indicatief bewijs had overgelegd van bedreigingen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgingsdreiging.