ECLI:NL:RBDHA:2021:16115
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege zijn psychische aandoeningen waaronder suïcidale gedachten. Verweerder baseerde het besluit op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd geconcludeerd dat er geen medische noodsituatie bij terugkeer naar Afghanistan zou ontstaan.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onvolledig en niet volgens het protocol was opgesteld en dat verweerder ten onrechte niet had onderzocht of medische behandeling in Afghanistan beschikbaar en effectief was. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het BMA-advies mocht uitgaan, omdat eiser geen concrete aanwijzingen had geleverd die het advies betwijfelen.
Verder stelde eiser dat de hoorplicht was geschonden, maar de rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was eiser te horen omdat het besluit duidelijk was en de bezwaarschriften geen nieuwe feiten bevatten. De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en wees het beroep ongegrond.
Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J.A. Schuman op 20 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.