ECLI:NL:RBDHA:2021:16045
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken procesbelang in nareiszaak
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, diende een verzoek om een voorlopige voorziening in om op korte termijn gehoord te worden voor zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had op 12 oktober 2020 laten weten dat er voorlopig geen interviews mogelijk waren in Iran.
Later heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat verzoeker op 8 december 2020 in Istanbul is gehoord, waarmee aan het verzoek is voldaan. Verzoeker stemde hiermee in en erkende dat het procesbelang van het verzoek was komen te vervallen.
De voorzieningenrechter concludeerde daarom dat het verzoek niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 5 juli 2021 en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.