Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], samen te noemen eisers
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens bedreigingen door familieleden en ontvoering door Boko Haram. Hij stelde dat hij sinds 2009 vluchtte vanwege deze bedreigingen en dat hij vreest voor vrouwenbesnijdenis van zijn dochters bij terugkeer.
Verweerder achtte de bedreigingen door familieleden en de ontvoeringsverklaring ongeloofwaardig vanwege inconsistenties, tegenstrijdigheden en bevreemdingwekkende elementen in het relaas van eiser. Ook de gestelde druk op zijn dochters werd niet geloofd omdat zij in Europa geboren zijn en eiser zelf tegen besnijdenis is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het tweede en derde element terecht ongeloofwaardig heeft geacht, onder meer vanwege wisselende verklaringen over het aantal ontvoerden, de omstandigheden van de ontvoering en de wijze van ontsnapping. De rechtbank liet het vierde element buiten beschouwing omdat eiser daartegen geen gronden aanvoerde.
Gelet hierop is de asielaanvraag terecht afgewezen als ongegrond en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de ontvoerings- en bedreigingsverklaringen.