ECLI:NL:RBDHA:2021:15887
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veilig land van herkomst
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij op basis van de Dublinverordening vanuit Zwitserland was overgedragen. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, primair omdat Algerije als veilig land van herkomst wordt beschouwd en subsidiair vanwege onvoldoende aannemelijkheid van het asielrelaas.
Eiser voerde aan dat Nederland ten onrechte het Dublinverzoek had geaccepteerd en dat de inhoudelijke afwijzing in Zwitserland niet correct was betrokken. De rechtbank oordeelde dat de Dublinprocedure niet in deze zaak beoordeeld wordt en dat verweerder een eigen beoordeling heeft gemaakt, waardoor eiser niet in zijn belangen is geschaad.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk het doelwit was van de streng-religieuze groepering NAHDA, en dat zijn verklaringen over bedreigingen en pogingen tot brandstichting inconsistent en onlogisch waren. Ook het tijdsverloop en de correcties op zijn verklaring konden dit niet rechtvaardigen.
Ten slotte werd het betoog dat Algerije geen bescherming zou bieden vanwege zijn illegale drankverkoop verworpen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.