ECLI:NL:RBDHA:2021:15833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel inzake Kroatië
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 mei 2021 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege pushbacks en geweld door Kroatische autoriteiten, onderbouwd met rapporten en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank overwoog dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel jegens Kroatië is doorbroken. De aangevoerde informatie betrof vooral het grensoptreden tegen illegale grensoverstekers en niet de situatie van Dublinterugkeerders. Het claimakkoord en rapporten tonen aan dat Kroatië de asielprocedure adequaat behandelt en internationale verplichtingen naleeft.
Daarnaast werd het beroep op feitelijke belemmeringen door COVID-19 verworpen omdat dit niet van invloed is op de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.