ECLI:NL:RBDHA:2021:15827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig gezinsleven met zoon
Eiseres, een Afghaanse vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar zoon en kleinkinderen in Nederland te wonen. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat er geen sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven tussen eiseres en haar zoon, de referent, op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank bevestigt dat er geen meer dan gebruikelijke emotionele of financiële afhankelijkheid tussen hen bestaat.
De rechtbank overwoog dat het samenwonen in Afghanistan onvoldoende is om een beschermenswaardig gezinsleven aan te nemen. Medische stukken en verklaringen toonden niet aan dat eiseres hulpbehoevend is of niet zelfstandig kan functioneren zonder zorg van haar zoon of diens echtgenote. Financiële afhankelijkheid werd niet onderbouwd met bewijs en kan ook op afstand worden verleend.
Ten aanzien van het gezinsleven met de kleinkinderen erkent de rechtbank het beschermenswaardige karakter, maar stelt dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt vanwege het algemeen belang van de Nederlandse staat, het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het feit dat het gezinsleven ook op afstand kan worden vormgegeven.
De rechtbank wijst verder het beroep af omdat de belangenafweging conform de Gezinsherenigingsrichtlijn en jurisprudentie van de Raad van State is gemaakt en de veiligheidssituatie in Afghanistan niet relevant is in deze procedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag mvv wegens ontbreken van een beschermenswaardig gezinsleven met de zoon.