ECLI:NL:RBDHA:2021:15766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Egyptische vreemdeling, is op 15 februari 2021 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting.
Eiser betoogde dat verwijdering naar Egypte niet mogelijk is vanwege reisbeperkingen door COVID-19 en zijn weigering om een PCR-test te ondergaan, waardoor verweerder de uitzetting niet kan realiseren. De rechtbank oordeelde dat verweerder beschikt over een verlopen paspoort waarmee gereisd kan worden en dat een vlucht is aangevraagd. De weigering van eiser om mee te werken aan de PCR-test leidt ertoe dat de uitzetting niet kon plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat eiser volgens vaste jurisprudentie verplicht is volledige medewerking te verlenen aan zijn vertrek. Het ondergaan van een PCR-test valt binnen de redelijke vertrekplicht. De langere duur van bewaring is daarom voor rekening van eiser. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.