ECLI:NL:RBDHA:2021:15742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag nareis wegens ontbreken feitelijke gezinsband en meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, een Syrische vrouw, diende een MVV-aanvraag in voor nareis met haar vader als referent. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet direct voorafgaand aan het vertrek van haar vader met hem in gezinsverband samenwoonde. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij ondanks haar verblijf in Irak en Syrië altijd deel uitmaakte van het ouderlijk gezin en financieel en emotioneel afhankelijk was van haar vader.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar ouders was verbroken en niet hersteld kon worden. Het verblijf in Irak en daarna weer bij haar ouders wonen in Syrië maakte dit niet anders. Ook het beroep op het jongvolwassenenbeleid faalde omdat de omstandigheden niet zodanig bijzonder waren dat daarvan afgeweken hoefde te worden.
Verder stelde de rechtbank dat eiseres niet voldeed aan de eis van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid, omdat zij zelfstandig woonde en verweerder aannemelijk had gemaakt dat de financiële steun kon worden voortgezet. Medische stukken waren onvoldoende onderbouwd en toonden geen concrete afhankelijkheid aan. De rechtbank vond dat verweerder terecht had afgezien van een hoorzitting.
Daarmee bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt eerdere jurisprudentie over het begrip feitelijke gezinsband en afhankelijkheid in het kader van het vreemdelingenrecht en het jongvolwassenenbeleid.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag voor nareis wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een feitelijke gezinsband en meer dan gebruikelijke afhankelijkheid.