ECLI:NL:RBDHA:2021:15723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 februari 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen op 1 maart 2021 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank ontving op 22 maart 2021 bericht van de gemachtigde van eiser dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde gaf aan het beroep niet te kunnen intrekken zonder toestemming van eiser. De rechtbank onderzocht vervolgens of eiser nog een rechtens te beschermen belang had bij de inhoudelijke behandeling van het beroep.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling die in Nederland bescherming vraagt met onbekende bestemming vertrekt zonder dit te melden, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. De rechtbank kon niet vaststellen dat eiser contact had onderhouden met zijn gemachtigde en dat hij nog prijs stelde op de bescherming.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Gezien dit ontbreken van procesbelang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.