ECLI:NL:RBDHA:2021:15718
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenrecht
Verzoekster, van Braziliaanse nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier als familielid van een persoon. Deze aanvraag werd door verweerder op 17 december 2020 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de werking van het primaire besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar en dat verweerder niet bevoegd is om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Verweerder gaf aan zich niet te verzetten tegen de voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarmee uitzetting van verzoekster werd verboden tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.