Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
12 januari 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] , geboren op [geboortedatum 1] , eiser 1,
[eiser 2],
geboren op [geboortedatum 2] ,
(gemachtigde: mr. N.C. Blomjous),
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Dublinverordening
De rechten van het kind
[…]
Eiser 1 heeft ter onderbouwing van zijn stellingen de expert-opinion overgelegd waarin wordt ingegaan op de reikwijdte van artikel 27, eerste lid, van de Dublinverordening, met name op de reikwijdte van het begrip overdrachtsbesluit. In dat verband zijn artikel 26 en Pro overweging 19 van de Dublinverordening aangehaald en wordt onder meer gewezen op de arresten Ghezelbash [6] en Karim [7] van het Europese Hof van Justitie (hierna: het Hof). Uit deze arresten vloeit voort dat de beoogde verruiming van de rechtsbescherming in de Dublinverordening, zoals ook blijkt uit onder meer overweging 19, inhoudt dat een verzoeker het recht heeft om op te komen tegen de (onjuiste) toepassing van de verantwoordelijkheidscriteria van hoofdstuk III van de Dublinverordening. In de expert-opinion wordt vastgesteld dat er nog geen jurisprudentie is van het Hof waarin dit vraagstuk aan de orde komt. Verder wordt in de expert-opinion gewezen op divergentie in jurisprudentie van de verschillende lidstaten op dit punt. Daarom wordt in de expert-opinion geadviseerd om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof.