ECLI:NL:RBDHA:2021:15646
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning medische behandeling en voorlopige voorziening
Eiseres, van Liberiaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning onder de beperking 'medische behandeling' die zij wilde verlengen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet langer aan de voorwaarden voldeed, met name omdat zij volgens het Bureau Medische Advisering (BMA) in Liberia de noodzakelijke medische behandeling kan ontvangen.
Eiseres voerde aan dat terugkeer naar Liberia een medische noodsituatie zou veroorzaken vanwege ontoegankelijke zorg en gebrek aan medicatie, en dat dit een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. De rechtbank stelde vast dat het BMA-advies onpartijdig en objectief was en dat eiseres geen contra-expertise had overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de medische zorg in Liberia voor haar feitelijk niet toegankelijk is, mede omdat zij haar financiële situatie en sociaal netwerk onvoldoende onderbouwde. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat verweerder terecht van horen kon afzien.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning medische behandeling is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.