Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 8 maart 2021 het beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, mede vanwege zijn weigering medewerking te verlenen aan zijn overdracht aan Italië volgens de Dublinverordening.
Eiser betwistte niet de feitelijke gronden voor de bewaring, maar voerde aan dat hij als asielzoeker niet op de voorgeschreven wijze Nederland was binnengekomen en vreest voor zijn situatie in Italië. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om het risico op ontduiking te weerleggen en dat de bewaring daarom gerechtvaardigd is.
Daarnaast stelde eiser dat de rechtbank ambtshalve de rechtmatigheid van de bewaring moest toetsen, verwijzend naar een prejudiciële vraag van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan het Hof van Justitie. De rechtbank constateerde dat hierover nog geen definitieve jurisprudentie bestaat en dat er in deze zaak geen sprake was van een duidelijke onrechtmatigheid die ambtshalve tot vernietiging zou leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.