ECLI:NL:RBDHA:2021:15450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens afstand van hoorrecht bij ontslag wegens ziekte
Eiser was ambtenaar bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en werd ontslagen wegens ongeschiktheid door ziekte. Bij het primaire besluit van 23 december 2019 is eiser niet gehoord conform artikel 4:8 Awb Pro, maar hij deed in bezwaar afstand van zijn hoorrecht. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit vormverzuim terecht heeft gepasseerd omdat eiser hierdoor niet is benadeeld.
Eiser stelde dat het niet horen hem benadeelde omdat het ontslagbesluit daardoor eerder viel dan de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, waardoor hij geen transitievergoeding kreeg. De rechtbank vindt geen bewijs dat verweerder moedwillig het hoorrecht heeft achterwege gelaten en acht het tijdstip van het besluit geen nadeel in de zin van artikel 6:22 Awb Pro.
De rechtbank bevestigt dat eiser door afstand van zijn hoorrecht geen nieuwe feiten heeft ingebracht die tot een ander besluit hadden kunnen leiden. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ontslagbesluit is ongegrond verklaard omdat hij afstand heeft gedaan van zijn hoorrecht en daardoor niet is benadeeld.