ECLI:NL:RBDHA:2021:1525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Dublinprocedure en slachtofferschap mensenhandel bij asielaanvraag
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelt dat hij als slachtoffer van mensenhandel bescherming en een verblijfsvergunning zou moeten krijgen, maar de rechtbank volgt de jurisprudentie dat in de Dublinprocedure niet wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van slachtofferschap.
De rechtbank benadrukt dat de Dublinprocedure uitsluitend bepaalt welk land verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en dat een aangifte of vermoeden van mensenhandel mogelijk gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht, maar dit verandert niets aan de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt of dat hij geen adequate opvang in Italië zal krijgen.
De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding om het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Er is geen sprake van een situatie van onevenredige hardheid die een uitzondering op de overdracht rechtvaardigt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt overgedragen aan Italië.