Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Den Haag
Woonforte is eigenaar van een perceel met woningen en vordert in kort geding dat gedaagden een strook grond van 60 centimeter breed, die volgens Woonforte tot haar perceel behoort, verwijderen en teruggeven. Gedaagden betwisten dit en stellen dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van deze strook grond, omdat zij deze al meer dan twintig jaar in bezit hebben.
De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding alleen voorlopige beslissingen kunnen worden genomen en dat bij twijfel de eis moet worden afgewezen. Uit de grensreconstructie blijkt dat de strook grond onderdeel is van het perceel van Woonforte, maar de vraag is of gedaagden zich zodanig als rechthebbende hebben gedragen dat zij eigenaar zijn geworden door verjaring, zoals bedoeld in de artikelen 3:99, 3:105 en 3:306 BW.
De feiten tonen aan dat de inrit van gedaagden al sinds 1990 is bestraat en dat er een heg en een hek aanwezig zijn die de indruk wekken dat de strook grond bij hun perceel hoort. Ook is het hek enkele dagen per jaar afgesloten, wat door een omwonende is bevestigd. Gelet op deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter het mogelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat gedaagden eigenaar zijn geworden door verjaring.
Daarom wordt de vordering van Woonforte afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten van gedaagden, begroot op €1.325,-. Nakosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De vordering van Woonforte wordt afgewezen wegens mogelijke verjaringseigendom van gedaagden.