ECLI:NL:RBDHA:2021:14741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende op 30 september 2021 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 8 november 2021 af. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure gaf de gemachtigde van eiser aan geen contact meer te hebben met eiser en verzocht de rechtbank het beroep op de stukken af te doen. Verweerder meldde dat eiser op 11 november 2021 de opvang van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder contact met zijn gemachtigde te onderhouden, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit betekent dat de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Omdat eiser na vertrek geen contact meer heeft gezocht en niet heeft laten weten dat hij nog in Nederland verblijft of bescherming wenst, concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.