ECLI:NL:RBDHA:2021:14741

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
NL21.17615
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende op 30 september 2021 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 8 november 2021 af. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure gaf de gemachtigde van eiser aan geen contact meer te hebben met eiser en verzocht de rechtbank het beroep op de stukken af te doen. Verweerder meldde dat eiser op 11 november 2021 de opvang van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken.

De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder contact met zijn gemachtigde te onderhouden, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit betekent dat de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Omdat eiser na vertrek geen contact meer heeft gezocht en niet heeft laten weten dat hij nog in Nederland verblijft of bescherming wenst, concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.17615

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

ProcesverloopBij besluit van 8 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek is met toestemming van partijen gesloten zonder behandeling van de zaak ter zitting. [1]

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1998 en in het bezit van de Turkse nationaliteit. Hij heeft op 30 september 2021 een asielaanvraag ingediend.
2. Bij bericht van 24 november 2021 heeft eisers gemachtigde de rechtbank medegedeeld dat zij geen contact meer kan krijgen met eiser. Zij heeft de rechtbank verzocht om het beroep af te doen op de stukken. Verweerder heeft op 25 november 2021 kenbaar gemaakt dat eiser op 11 november 2021 de opvang van het COa [2] heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken.
3. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat, indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, er in beginsel van uit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep. [3]
4. Uit de berichten van partijen volgt dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact met zijn gemachtigde te onderhouden. Eiser heeft na het verlaten van de opvang niet (al dan niet via zijn gemachtigde) laten weten dat hij nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming. De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit maakt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij beoordeling van dit beroep. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
5. Verweerder hoeft eiser geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr.R. Kroes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2019:579.