Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2020:2795.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn vreemdelingenbewaring in Detentiecentrum Rotterdam (DC Rotterdam). Hij voerde aan dat er geen uitzicht is op verstrekking van een laissez passer (lp) en dat de bewaring in een 'prison-like' regime plaatsvindt, wat disproportioneel zou zijn.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat het onderzoek bij de Egyptische autoriteiten nog loopt en dat er geen aanwijzingen zijn dat een lp niet zal worden verstrekt. Tevens werd benadrukt dat eiser niet actief meewerkt aan zijn terugkeer, hetgeen wel van hem verwacht mag worden.
Met betrekking tot de omstandigheden in DC Rotterdam oordeelde de rechtbank dat de bewaring aldaar geen schending van de Terugkeerrichtlijn inhoudt, mede gelet op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser bracht geen bijzondere omstandigheden aan die het voortduren van de bewaring disproportioneel maken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring in DC Rotterdam wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.