ECLI:NL:RBDHA:2021:14097
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WIA-uitkering wegens onvoldoende bewijs verzending herstelbrief
Eiseres ontving een besluit tot beëindiging van haar WIA-uitkering per 27 januari 2020. Zij diende tijdig bezwaar in, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van concrete gronden en het niet indienen binnen de gestelde termijn. Verweerder stuurde een brief van 27 januari 2020 met het verzoek om de gronden aan te vullen, maar kon niet aantonen dat deze brief daadwerkelijk was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift onvoldoende specifiek was, maar dat verweerder de verplichting had om aannemelijk te maken dat de herstelbrief was verzonden. De door verweerder overgelegde interne administratie voldeed niet aan de vereisten om te bewijzen dat de brief bij PostNL was aangeboden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat eiseres de gelegenheid had gekregen haar bezwaar te herstellen.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de herstelbrief is verzonden.