ECLI:NL:RBDHA:2021:13853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na trauma en beoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiser ontving een Ziektewetuitkering die per 24 januari 2020 werd beëindigd door het UWV. Eiser maakte bezwaar en stelde dat een trauma en posttraumatisch cerebraal letsel onvoldoende werden meegewogen, en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn beperkingen niet juist weerspiegelde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) had echter extra beperkingen aangenomen naar aanleiding van het trauma en concludeerde dat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek en inbreng van de behandelend sector. De rapporten van de verzekeringsarts b&b waren consistent en voldoende gemotiveerd. De stelling van eiser dat de behandelend GGZ-psycholoog een ander oordeel gaf, werd niet gevolgd omdat deze niet over de vereiste objectiviteit beschikte.
Eiser voerde aan dat de geduide functies ongeschikt waren vanwege concentratieproblemen en angstklachten. De arbeidsdeskundige b&b concludeerde echter dat deze functies binnen de belastbaarheid van eiser vielen. De rechtbank zag geen reden om af te wijken van dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.