ECLI:NL:RBDHA:2021:13848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WIA-uitkering op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, laatst werkzaam als helpende thuiszorg, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering vanwege gezondheidsklachten waaronder colitis ulcerosa. Verweerder kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 47,04%. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt is, onderbouwd met medische stukken van het LUMC.
De rechtbank beoordeelde dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig en duidelijk hadden opgesteld, waarbij zowel psychisch onderzoek als dossieronderzoek was verricht. De primaire verzekeringsarts had de beperkingen adequaat vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) had de FML na bezwaar aangescherpt, maar zag geen reden het oorspronkelijke oordeel te herzien.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was geweest en oordeelde dat de door eiseres overgelegde aanvullende medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De arbeidsdeskundige b&b had de functies herbeoordeeld en nieuwe functies geduid, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid was gebaseerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van een WIA-uitkering met 47,04% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.