Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , geboren [geboortedatum] en van Iraanse nationaliteit, eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
ProcesverloopBij besluit van 12 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Aan eiser wordt geen reguliere verblijfsvergunning verleend als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 in samenhang met artikel 3.6a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Eiser krijgt tevens geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 en eiser dient Nederland binnen vier weken te verlaten.
Overwegingen
Beslissing
- heropent het onderzoek;
- draagt verweerder op binnen een week na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier de rechtbank mede te delen of hij gebruik wil maken van de gelegenheid om zijn besluit aanvullend te motiveren;
- stelt verweerder hiertoe in de gelegenheid met inachtneming van de aanwijzingen in deze tussenuitspraak binnen vier weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier;
- bepaalt dat eiser in de gelegenheid zal worden gesteld om nader te reageren op de aanvullende motivering van verweerder;
- houdt iedere verdere beslissing aan.