ECLI:NL:RBDHA:2021:13319
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziening en terugvordering toeslag op WAO-uitkering afgewezen
Eiseres ontving een toeslag op haar WAO-uitkering die door het UWV werd herzien en teruggevorderd over de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 mei 2019, omdat haar partner vanaf 1 januari 2019 een IVA-uitkering ontving. Eiseres voerde aan dat zij steeds openheid van zaken gaf en vertrouwde op de juiste berekening van de toeslag, mede door een onjuiste mededeling van een medewerker van het UWV.
De rechtbank oordeelt dat de herziening en terugvordering rechtmatig zijn. De toeslag was over de eerste periode (2018) in het voordeel van eiseres herberekend, waardoor zij geen belang heeft bij dat deel van haar beroep. Voor de periode vanaf januari 2019 heeft eiseres niet eerder dan mei 2019 wijzigingen doorgegeven, waardoor zij rekening moet houden met de herberekening. De onjuiste mededeling van een medewerker leidt niet tot een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, mede omdat deze snel werd ingetrokken en eiseres de juiste gegevens kon inzien.
Er zijn geen dringende redenen voor het afzien van terugvordering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de toeslag wordt ongegrond verklaard.