Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiser,
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 14 oktober 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Cyprus, waar hij ook verblijft als statushouder.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, en dat terugkeer naar Cyprus onredelijk is vanwege problemen met werk, medische zorg en de verblijfspositie van zijn vrouw en kind. Hij stelde dat hij zich niet tot de Cypriotische overheid kan wenden vanwege het aanhoudende conflict op Cyprus.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat verweerder mag aannemen dat Cyprus zijn verplichtingen nakomt. De aangevoerde problemen zijn onvoldoende om te concluderen dat Cyprus zijn internationale verplichtingen schendt. Eiser heeft onvoldoende inspanningen getoond om zijn situatie te verbeteren of klachten in te dienen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.