Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de staatssecretaris. Terwijl deze beroepen nog lopen, zijn zij uitgenodigd voor een presentatie op de Iraanse ambassade, wat zij betwisten vanwege het risico dat zij vrezen van de Iraanse autoriteiten.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoekers om niet geconfronteerd te worden met de Iraanse autoriteiten zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris om voorbereidingen te treffen voor een mogelijke uitzetting. De presentatie is hoofdzakelijk gericht op het vaststellen van identiteit en nationaliteit, maar dit rechtvaardigt niet het risico voor verzoekers.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en wordt de staatssecretaris verboden verzoekers te presenteren bij de ambassade tot vier weken na de beslissing op de lopende beroepen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekers.