ECLI:NL:RBDHA:2021:13023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen bekering
Eiser, van Iraakse afkomst, heeft meerdere asielaanvragen ingediend waarbij hij zijn bekering tot het christendom als grond voor bescherming aanvoert. In eerdere procedures is deze bekering als ongeloofwaardig beoordeeld. In de huidige opvolgende aanvraag heeft eiser opnieuw zijn bekering aangevoerd, ondersteund met verklaringen van kerkgenootschappen en derden.
Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van het ontbreken van nieuwe elementen of bevindingen die relevant zijn voor de beoordeling, conform artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of verweerder dit standpunt terecht heeft ingenomen, mede aan de hand van het arrest L.H. van het Hof van Justitie.
De rechtbank stelt vast dat eiser met zijn verklaringen geen wezenlijke verdieping of nieuwe feiten over zijn geloofsgroei heeft aangetoond. De overgelegde derdenverklaringen worden inhoudelijk beoordeeld en vormen geen nieuw licht op zijn asielmotief. Verweerder heeft bovendien voldaan aan de motiveringsvereisten zoals voorgeschreven door de Afdeling bestuursrechtspraak. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen die de eerdere ongeloofwaardige bekering onderbouwen.