Uitspraak
- een verklaring van de brandweer en vingerafdrukken van getuigen;
- een verklaring van de werkgever van eiser;
- een kopie van zijn werkcontract.
“Het is de lidstaten niet toegestaan om te bepalen dat originele documenten nooit nieuwe elementen en bevindingen zoals bedoeld in artikel 40, lid 2, Procedurerichtlijn kunnen zijn uitsluitend omdat de authenticiteit van deze documenten niet is vastgesteld” Het is de lidstaten niet toegestaan om te bepalen dat documenten nooit inhoudelijk worden beoordeeld uitsluitend omdat het om een kopie gaat of omdat het document afkomstig is van een niet-objectief verifieerbare bron.”
“Het is de lidstaten niet toegestaan om onderscheid te maken bij de beoordeling en waardering van documenten die in een eerste verzoek en documenten die bij een volgend verzoek worden overgelegd. Alle overgelegde documenten moeten in beginsel worden betrokken bij de beoordeling of een verzoeker voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt krachtens Richtlijn 2011/95/EU, ook indien documenten worden ingebracht bij een volgend verzoek. De lidstaat kan bij een volgend verzoek niet bepalen dat het aantonen van de authenticiteit van originele documenten steeds volledig bij de verzoeker ligt, maar zal onder omstandigheden ook invulling moeten geven aan de samenwerkingsplicht, door zich rekenschap te geven van de aard en inhoud van de documenten en verklaringen over de wijze van verkrijging en aldus te beoordelen of die als begin van bewijs moeten worden beschouwd”.
- verzoekt het HvJ-EU bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de hierboven onder rechtsoverweging 29 geformuleerde vragen;
- schorst de behandeling van het beroep en houdt iedere verdere beslissing aan.
BIJLAGE