ECLI:NL:RBDHA:2021:130
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op verdere tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf ondanks advies tot gratie
Eiser is sinds 1987 in detentie en is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag en drievoudige moord. Hij heeft zes gratieverzoeken ingediend, waarvan het zesde in 2020 werd afgewezen ondanks een positief advies van het gerechtshof Den Haag.
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft het gratieverzoek afgewezen met verwijzing naar het dienen van vergelding, het ontbreken van een accurate delict-analyse door eiser zelf, en de status van ongewenst vreemdeling van eiser. Het gerechtshof vernietigde een eerder vonnis dat de afwijzing moest worden herroepen, en oordeelde dat de Minister in redelijkheid kon afwijken van het advies.
Eiser vorderde in kort geding een verbod op verdere tenuitvoerlegging van de straf wegens strijdigheid met artikel 3 EVRM Pro. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de straf onverkort zal worden voortgezet zonder mogelijkheid tot verkorting. Er is een reëel perspectief op gratie en vrijlating, mede door een plan voor repatriëring naar Hongkong en verruimde verlofregelingen. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf af omdat een reëel perspectief op vrijlating bestaat.