ECLI:NL:RBDHA:2021:12970

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
20_5052
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling functioneren ambtenaar betreft geen weigering tot bevordering naar hogere schaal

Eiser, destijds senior beleidsmedewerker schaal 11 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, kreeg een formele beoordeling over de periode april 2018 - december 2018 waarin zijn functioneren als voldoende werd beoordeeld met enkele ontwikkelpunten. Hij werd niet bevorderd naar schaal 12, terwijl zijn directe collega’s dat wel werden. Eiser stelde dat hij op functieniveau schaal 12 functioneerde en daarom recht had op bevordering.

Verweerder stelde dat de beoordeling juist was en dat eiser niet voldeed aan het functieprofiel van schaal 12. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling een zelfstandig rechtsgevolg is en dat het beroep niet ten onrechte is ingesteld, ook al is eiser later wel bevorderd naar schaal 12 bij een andere directie.

De rechtbank stelde vast dat de beoordeling geen weigering tot bevordering inhoudt, maar een beoordeling van het functioneren binnen de eigen schaal. Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd dat de beoordeling onjuist was. Ook het feit dat collega’s wel bevorderd werden, is niet relevant binnen het toetsingskader van deze beoordeling.

De rechtbank concludeerde dat verweerder niet verplicht was te beslissen over bevordering in deze procedure en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de formele beoordeling van het functioneren van eiser wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/5052

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. P. Bots),
en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder

(gemachtigde: mr. J.V. Wieling).

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2019 (hierna: het primaire besluit) heeft verweerder de beoordeling over het functioneren van eiser in de periode april 2018 - december 2018 vastgesteld.
Bij besluit van 22 juni 2020 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2021 op zitting behandeld door middel van een beeldverbinding (Skype). Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1.1.
Deze zaak gaat over een beoordeling, die op verzoek van eiser – destijds (senior) beleidsmedewerker (schaal 11) bij het ministerie van verweerder – is opgemaakt. De aanleiding voor dat verzoek was dat eiser in een personeelsgesprek eind 2018 van zijn toenmalige leidinggevende had vernomen dat hij niet bevorderd kon worden naar schaal 12. Eiser heeft tegen deze mededeling van zijn leidinggevende geen rechtsmiddel ingesteld.
1.2.
In het beoordelingsformulier is vastgelegd dat het functioneren van eiser in het beoordelingstijdvak voldoende (waarderingscode C) met enkele ontwikkelpunten is en dat het werkniveau van eiser een schaal 11-niveau is.
1.3.
Eiser is sinds 1 februari 2021 naar schaal 12 bevorderd bij een andere directie van het ministerie.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
2. Eiser vindt dat hij ten tijde van het primaire besluit, op een functieniveau van schaal 12 functioneerde en daarom bevorderd naar schaal 12 had moeten worden net als zijn directe collega’s, die destijds bevordering naar schaal 12 hebben gekregen. Eiser vindt het ongerechtvaardigd dat hij de bevordering niet kreeg.
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat, voor zover eiser nog belang heeft bij voortzetting van het beroep, de beoordeling goed tot stand is gekomen en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de scores in de beoordeling hoger hadden moeten zijn. Eiser kwam ten tijde van het primaire besluit niet voor bevordering in aanmerking, omdat hij op dat moment niet aan het functieprofiel van (senior) Beleidsmedewerker schaal 12 voldeed.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4.1.
De rechtbank is allereerst van oordeel dat eiser procesbelang bij dit beroep heeft. Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in ambtenarenzaken [1] volgt immers dat de waardering van het functioneren van de ambtenaar in de vorm van een beoordeling, welke haar grondslag in de geldende rechtspositionele voorschriften vindt, als een zelfstandig rechtsgevolg dient te worden aangemerkt. Dit rechtsgevolg gaat niet teniet doordat eiser op een later moment wel een bevordering naar schaal 12 heeft gekregen.
4.2.
Het gaat in dit beroep om de beoordeling van 26 november 2019. Anders dan eiser meent, behelst deze beoordeling geen weigering om hem naar schaal 12 te bevorderen, maar een beoordeling of zijn functioneren aan de voor zijn eigen functie (schaal 11) geldende functie-eisen voldoet. Dit functioneren is blijkens het beoordelingsformulier positief (als voldoende) gewaardeerd. Eiser heeft tegen de gegeven scores in de formele beoordeling geen gronden ingediend in beroep. Het enkel verwijzen naar de in bezwaar ingediende gronden is hiertoe onvoldoende. Met de enkele, niet nader onderbouwde, stelling ter zitting dat de in de formele beoordeling vermeldde ontwikkelpunten niet te rijmen zijn met de zwaarte van de door hem op schaal 12 en schaal 14 niveau verrichte werkzaamheden destijds, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de scores in de beoordeling op onvoldoende gronden berusten [2] . Ook de stelling dat collega’s van eiser destijds wel een bevordering naar schaal 12 hebben gekregen – wat hier ook van zij – kan eiser niet baten, omdat de betreffende gevallen buiten het toetsingskader (de beoordeling) van het beroep vallen.
4.3.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat verweerder in deze procedure niet over bevordering van eiser hoefde te beslissen, nu een beoordeling niet automatisch tot bevordering leidt en ten aanzien van eiser bovendien ontwikkelpunten waren geconstateerd. Ook bestaan voor een bevordering naar schaal 12, zoals door verweerder is toegelicht, andere procedures open.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Centrale Raad van Beroep, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 3 november 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU7854, r.o. 2.1.
2.Zie voor de toetsing van de inhoud van een positieve beoordeling bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2016:1912.