ECLI:NL:RBDHA:2021:12770
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek schuldig nalatigverklaring AOW-premie wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten waarin zij schuldig nalatig werd verklaard voor het niet of onvoldoende betalen van AOW-premie over de jaren 2001, 2003 en 2008. Zij verzocht om herziening van deze besluiten, welke door verweerder werden afgewezen. Eiseres voerde nieuwe feiten en omstandigheden aan, waaronder een brand in haar onderneming, onduidelijkheden over schuldspecificaties van de Belastingdienst en een schuldsanering.
De rechtbank beoordeelde het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht en concludeerde dat eiseres niet in aanmerking kwam voor vrijstelling, maar dat het beroep inhoudelijk kon worden behandeld omdat het griffierecht reeds was voldaan. Vervolgens werd het herzieningsverzoek getoetst aan artikel 4:6 Awb Pro, waarbij werd vastgesteld dat eiseres geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die tot herziening konden leiden.
De rechtbank wees erop dat verweerder mocht uitgaan van de gegevens van de Belastingdienst en dat eventuele onjuistheden door eiseres bij de Belastingdienst zelf moesten worden aangevochten. Ook werd geoordeeld dat de schuldsanering geen betrekking had op de vorderingen die tot de schuldig nalatigheid hadden geleid. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de besluiten onmiskenbaar onjuist of evident onredelijk waren en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar herzieningsverzoek schuldig nalatigverklaring AOW-premie wordt ongegrond verklaard.