ECLI:NL:RBDHA:2021:12644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelde het beroep op 8 november 2021, waarbij eiser noch zijn gemachtigde aanwezig waren.
Uit een brief van de verweerder bleek dat eiser op 28 oktober 2021 met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten zonder contact op te nemen met zijn gemachtigde. Volgens vaste jurisprudentie wordt dan aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming waarvoor hij aanvankelijk een aanvraag deed.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming zonder contact.