Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
International Lashing Service B.V., te Rotterdam.
Rechtbank Den Haag
Eiser, na een auto-ongeluk arbeidsongeschikt geworden, kreeg een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 40,59%. Hij maakte bezwaar tegen de vaststelling van dit percentage en de hoogte van de uitkering, stellende dat zijn fysieke en mentale klachten ernstiger zijn en hij niet fulltime kan werken. Tevens klaagde hij over het ontbreken van een hoorzitting tijdens het bezwaarproces.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het bezwaar ongegrond verklaarde, omdat de medische beoordelingen van verzekeringsartsen zorgvuldig en duidelijk waren en alle klachten van eiser in de beoordeling waren betrokken. De arbeidsdeskundige had vastgesteld dat eiser geschikt is voor andere functies dan zijn oorspronkelijke werk.
Hoewel de rechtbank constateerde dat het UWV de hoorplicht schond door geen nieuwe hoorzitting te houden na het afzeggen van de geplande hoorzitting vanwege Covid-19, werd dit niet als benadeling van eiser gezien. Eiser kon zijn standpunten tijdens de beroepsprocedure naar voren brengen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, maar het griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het WIA-uitkeringsbesluit is ongegrond verklaard, met vergoeding van het griffierecht wegens schending van de hoorplicht.