Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] h.o.d.n. [h.o.d.n.] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,
de Staat der Nederlanden, de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil6.In geschil is of de naheffingsaanslag naar een juist bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil van welke handelsinkoopwaarde moet worden uitgegaan, hoeveel waardevermindering in aanmerking moet worden genomen in verband met schade aan de auto en of waardevermindering in aanmerking moet worden genomen in verband met het schadeverleden van de auto. Ter zitting is komen vast te staan dat niet langer in geschil is dat bij de aanslagoplegging ten onrechte is uitgegaan van de Ad Blue-uitvoering en dat het tarief voor het jaar 2017 dient te worden toegepast. De rechtbank zal het beroep reeds om die reden gegrond verklaren en de naheffingsaanslag verminderen.
2 oktober 2019 uitspraak op bezwaar gedaan. Vervolgens is door de rechtbank op 11 november 2021 uitspraak gedaan. Vanaf het indienen van het bezwaarschrift tot de uitspraakdatum is een periode van 2 jaar en bijna 7 maanden verstreken. Echter, in het kader van maatregelen tegen het coronavirus hebben in 2020 gedurende een aantal maanden bij de rechtbank geen zittingen kunnen plaatsvinden. Daarmee doet zich een bijzondere omstandigheid voor die verlenging van de redelijke termijn met 4 maanden rechtvaardigt. Aan eiser komt daarom een schadevergoeding toe van € 500 (€ 500 per overschrijding van (een gedeelte van) een half jaar). De termijnoverschrijding dient volledig te worden toegerekend aan de beroepsfase.