ECLI:NL:RBDHA:2021:12303
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 8 januari 2021. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 21 januari 2021, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.337). Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.