Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft op 28 oktober 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar al op 6 oktober 2016 een asielaanvraag had ingediend.
Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig handelde door het voornemen tot niet in behandeling nemen te uiten voordat Italië op het terugnameverzoek had gereageerd, en dat hij daardoor in zijn belangen was geschaad. De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling is waarop gereageerd kan worden en dat eiser hiervan gebruik heeft gemaakt. Er was geen sprake van onzorgvuldig handelen of belangenverlies.
Daarnaast voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege zijn medische kwetsbaarheid en de situatie in Italië. De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van bijzondere kwetsbaarheid of een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het EHRM bevestigen dat overdracht aan Italië mogelijk blijft.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Italië is ongegrond verklaard.