ECLI:NL:RBDHA:2021:12216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoekster had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep eerst ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug. Vervolgens trok de gemachtigde van verzoekster zich terug en werd het bestreden besluit door verweerder ingetrokken. De asielaanvraag werd alsnog ingewilligd. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding gelijktijdig met de intrekking van het beroep was gedaan en dat verweerder aan verzoekster was tegemoetgekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Daarom werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.496,00 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Verzoek tot vergoeding van reiskosten van de voormalige gemachtigde werd afgewezen omdat deze kosten geacht worden inbegrepen in de forfaitaire vergoeding en verzoekster zelf geen zelfstandige reiskosten had gemaakt. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.496,00 aan proceskosten aan verzoekster.