ECLI:NL:RBDHA:2021:12204
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na vernietiging beroep
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel 'humanitair tijdelijk (buiten schuld niet kunnen vertrekken)' ingediend, welke door verweerder is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om het verzoek om voorlopige voorziening te transformeren naar een verzoek hangende bezwaar en dit toe te wijzen, zodat hij in Nederland kan blijven totdat het bezwaar opnieuw is behandeld. Verweerder reageerde niet op het verzoek of het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep kan worden omgezet in een verzoek hangende bezwaar en dat het spoedeisend belang voldoende is gegeven het ontbreken van reactie van verweerder. Daarom wordt het verzoek toegewezen, waarbij verweerder wordt verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoeker uit Nederland wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.